Een theoretische beschouwing van het concept Intercratie
Een theoretische beschouwing van het concept Intercratie
Inleiding
Een onderdeel van wat ‘Intercratie’ zou kunnen inhouden, is het gegeven van ‘bestuur en inspraak door middel van het internet’. Op het internet bestaat zoiets als een internet-cultuur: het gevolg van de directe communicatie tussen mensen. Het vormt de uitgangsbasis voor niet enkel de term ‘Intercratie’, maar ook voor de politiek-filosofische invulling ervan.
Eerder reeds werd de term Intercratie voorgesteld als zijnde een louter democratisch concept, doorgedreven door middel van gebruik van het internet en de integratie ervan in het democratische proces van een land. Niettemin zullen in deze beschouwing argumenten gegeven worden, waaruit zal blijken dat de dagen van het concept van de democratie tout court, geteld zijn. De era van de Intercratie zij aangebroken.
De werkelijke ‘Waarde’ van de Democratie
Men spreekt van democratie wanneer àlle mensen, burgers van een land inspraak hebben in debat, besluitvorming, totstandkoming van de wetten of het dagelijks bestuur van een land of enig deel ervan.
Deze directe democratie heeft echter nooit bestaan, omwille van beperkingen door: bevolkingsaantal, sociaal-politieke-culturele onderscheiden, religie.
Na de Verklaring van de Rechten van de Mens wordt het bestaan/doorvoeren van een directe democratie vooral nog tegengehouden door het toenemend aantal inwoners (de onderscheiden op vlak van sociale stand, politieke kleur of culturele achtergrond en religie van zogenoemde ‘minderheden’ worden nu in de wetten opgenomen als zijnde ‘beschermd’ tegen enige vorm van ongelijkheid).
Een nieuw element in de onmogelijkheid van het tot stand brengen van een directe democratie, is de toenemende onverschilligheid der bevolking. Dit varieert van land tot land en van streek tot streek. Verscheidene oorzaken hiervoor kunnen aangeduid worden: de gelatenheid van de bevolking tegenover de politiek omwille van de machtsfactor; de totale afwezigheid van interesse in politiek omwille van gebrek aan educatie en/of bewustzijn; (kans)armoede (zowel financieel als sociaal); werkloosheid;…
1. Fundamentele principes van de democratie:
De twee fundamentele principes van de democratie zijn: individuele opinie en individuele inspraak.
Primair is de democratie gebaseerd op de persoonlijke opinie van elke deelnemer aan het democratische proces. Als gevolg kan men stellen dat democratie dus het debatteren is en het sluiten van overeenkomsten door middel van compromis tussen ten minste twee opinies.
De opinie geldt als de persoonlijke mening omtrent een materie, gebaseerd op feitelijke gegevens, ervaringen, geweten en/of vrijwillige keuze.
In een democratisch systeem met politieke partijen, worden opinies reeds op voorhand tot compromis samengesteld binnen elke partij, en handelen partijen als actoren of agenten tot het vaststellen van een partij-verschrijdend compromis, wat we dan in sommige gevallen een coalitie noemen of een kartel.
2. De reële werking van de democratie:
Samengevat kan men stellen dat de persoonlijke opinie in een door partijen gedomineerd en gereguleerd democratisch proces, volledig uitgeschakeld is. Met andere woorden: de burger neemt géén deel, noch het volk of zijn vertegenwoordigers, aangezien hun persoonlijke opinies reeds ‘gecompromitteerd’ werden door middel van het partijgebonden compromis.
Zodoende beperkt de inspraak van de burger zich maximaal tot een kleine mening binnen een partij, en minimaal tot het uitbrengen van een stem op één van die partijen of aan een partij gebonden individu.
Kiest een burger zijn vertegenwoordiger ? Neen, aangezien eveneens de kieslijsten compromissen zijn, die bovendien nooit op een democratische wijze samengesteld, opgemaakt en ingediend worden.
De burger brengt dus zijn stem uit op een compromis-lijst van een compromis-partij die dàn pas aan het bestuur zal deelnemen na het sluiten van een compromis met één of meerdere partijen (een coalitie).
Directe verkiezingen van individuen, directe stemmingen door middel van referenda worden niet getolereerd en worden systematisch tegengehouden door de programma’s (agenda’s) der bestaande en besturende partijen. Partijen die er niettemin voorstander van zijn tot invoering van referenda en directe verkiezingen in mindere of meerdere mate, worden door de particratische compromissen tegengehouden. Dit is de wijze waarop de bestaande ‘democratie’ functioneert.
Begin jaren ’90 werd in België het principe van het ‘cordon sanitair’ ingevoerd. Dit was gericht tegen één welbepaalde politieke partij, én haar verkozenen en dus kiezers. Deze partij was niettemin op democratische wijze aan haar stemmen en verkozenen geraakt. Ziehier een éclatante schending van het democratische principe!
3. Besluit in vraagvorm:
Kunnen we de praktische uitwerking van de democratie wel werkelijk ‘democratie’ noemen ?
Kan democratie als bestuursvorm wel degelijk geïmplementeerd worden op grotere schaal, zoals op nationaal vlak ?
Kan er van enige vorm van centralisatie of federalisme sprake zijn binnen een werkelijke democratie ?
Zijn het gegeven ‘partij’ en ‘democratie’ überhaupt wel compatibel ?
Is het verkiezen van een leiderschap of een bestuurlijke vertegenwoordiging democratisch ? Plaatst dit een potentiële minderheid van 49,9% kiezers niet simpel buitenspel, zonder rekening te houden met hen ?
Kan énige vorm van ‘cordon sanitair’ binnen een democratisch proces terdege democratisch, wettelijk of zelfs rechtvaardig genoemd worden ?
Basisprincipes van de Intercratie
Het eerste basisprincipe van de Intercratie is dat alles op deze wereld een onlosmakelijke eenheid vormt; een Wereldéénheid. Te lang beschouwde de Mens zichzelf als staande op de bovenste sport van de ladder; aan de top van de ‘hiërarchie’, voor zoverre deze hiërarchie ook echt kan bestaan in de Wereldéénheid.
Het tweede basisprincipe vloeit voort uit het eerste. Aangezien de Mens zichzelf als ‘superieur’ wezen op deze planeet beschouwt, vloeit hieruit voort dat alles wat onderdeel is van ons doen en laten, primair gebaseerd is op slechts één zaak: onszelf. Dit is de ontstaansreden van de eeuwigdurende competitie tussen het ego der mensen. Alle godsdiensten, kunststromingen, politieke zaken, leiderschap, oorlogen,… kortom ELK element uit onze beschaving, is gebaseerd op individuele opinie; persoonlijk standpunt: een reflectie van ons individueel ego.
De democratie hanteert dit ego-centrisch gegeven van de ‘opinie’ als fundamenteel basisprincipe. Alle andere politieke systemen zoals socialisme, fascisme, communisme en kapitalisme en al hun variabele ‘-ismen’ gaan eveneens van hetzelfde principe uit, met als enig verschil de relevante verhouding tussen de verschillende ego’s en hun relatieve ‘waarde’ binnen hun respectievelijk politiek systeem. Dit resulteert in verschillen van perceptie naar de individuele mens toe: in het kapitalisme zal het individu centraal staan ten bate van concurrentie, winst en kapitaal; in fascisme en communisme als kleiner en misbaar onderdeel van een groter geheel, de Staat, en in het socialisme vergelijkbaar, maar met een grotere individuele waarde op sociaal vlak, en mindere individuele waarde op economisch vlak. In elk van voornoemde systemen is de systemische veronachtzaming van het individuele leven, en de Levenskeuze spectaculair aanwezig. Aangezien elk dezer systemen uitgaan van de superioriteit van een beperkte opinie, evenals in de democratie. Een meerderheid is nog steeds een beperkte groep.
Aangezien de Mens een onderdeel vormt van de grotere ‘machine’ die onze wereld en de natuur vormt, kan en mag de Mens niet langer centraal staan in alle zaken die het grote geheel aangaan.
De Intercratie staat voor en wordt primair gedefinieerd door de interactie tussen mensen, en tussen Mens en Aarde. Niet wat er zich in de Mens (het ego) alléén afspeelt, maar tussen élk onderdeel van de Wereldéénheid.
Het derde basisprincipe van de Intercratie is het gegeven ‘intelligentie’. Intelligentie en de menselijke hersenen hebben altijd de basis gevormd voor het kunstmatige onderscheid dat de Mens gemaakt heeft in de Wereldéénheid; namelijk dat van ‘de natuur’ enerzijds, en ‘de Mens’ anderzijds.
De Mens heeft zijn eigen intelligentie altijd als simpelweg superieur beschouwd in het Geheel. Onze eigen intelligentie is echter absoluut ontoereikend, en dit laat zich zien.
Een volwaardig of volledig begrijpend inzicht in alle elementen uit het Geheel der Wereld en ‘de natuur’ bezitten we niet. De menselijke natuur zélf wordt na eeuwen onderzoek én ervaring nog steeds niet volledig begrepen. Dit zal ook nooit zo zijn. Wetenschap heeft vele vragen beantwoord, en evenzovele gecreëerd. Het streven naar perfectionering van deze begrijpende intelligentie is daarom van primordiaal belang in de Intercratie, omdat ze – gezien de huidige omvang der Mensheid en de staat van het milieu – het verschil zal maken tussen overleven en uitsterven, van zowel onze Soort als andere Soorten.
Het vierde basisprincipe van de Intercratie, is de ‘aanvullende intelligentie’. Gezien de menselijke intelligentie veruit ontoereikend is, is het van levensbelang deze aan te vullen door middel van de toegepaste wetenschappen. Dit vormt de énige mogelijkheid waarover de Mens beschikt om zijn eigen tekortkomingen aan te vullen en uiteindelijk op te lossen.
In de wetenschappen worden belangrijke taken nu reeds overgenomen door geavanceerde technologie en computers. Dit dient eveneens in de Intercratie geïmplementeerd te worden.
Het vijfde basisprincipe van de Intercratie is dat van de volstrekte afwezigheid van een Machtsprincipe.
Alle bestuur, in de gehele geschiedenis van de menselijke beschaving was/is gebaseerd op een Machtsprincipe. Dit principe is gebaseerd op individuen die in hun hoedanigheid van macht-hebber steeds vanuit hun persoonlijke opinie handelen ten overstaan en met betrekking tot anderen en de wereld rondom.
Op deze wijze primeren individuele opinie(s) door middel van een machtsprincipe altijd over andere opinies. Alle besluitvorming en beleidsdaden zijn verdere weerspiegelingen van inherent beperkte opinies der machtsdragers. Daarom is het Machtsprincipe segregerend (in de brede zin) en eenzijdig naar de Wereldéénheid toe. Bovendien is het Machtsprincipe precies door de beperkte opinie- en individu-gefundeerdheid, ronduit schadelijk ten opzichte van de Wereldéénheid.
Het centrale Machtsprincipe is in wezen in alle bestuursvormen en –systemen hetzelfde. De republiek der wetten en de ‘democratische’ (constitutionele) monarchie verschillen op deze basis in niets, behalve in de tijdsduur van een welbepaalde als relevant geldende opinie, hetzij van vorst, hetzij van premier of president.
Het socialisme en communisme enerzijds, uitgaande van een theoretisch volksmacht-principe, verschilt in de praktijk in niets van een fascistische staat, of een kapitalistisch gebaseerd systeem.
De overeenkomsten tussen fascisme en doorgedreven kapitalisme zoals dat vandaag de dag welig bloeit, zijn trouwens erg merkwaardig, wanneer blijkt dat het Machtsprincipe aldaar en de individuele en corporatieve belangen nagenoeg gelijklopend worden.
Het zesde basisprincipe is een bijgevolg van de afwezigheid van een funderend Machtsprincipe in de Intercratie. Wanneer deze machtsbasis afwezig is en blijft, gecombineerd met de afwezigheid van een ander ego-centrisch en dus machtsgerelateerd stelsel zoals de monetair gebaseerde economie, dan wordt de behoefte aan elke wet, behalve de natuurlijke wet, volledig overbodig. Een vorm van een zekere, letterlijke ‘wetteloosheid’ wordt dan maatschappelijk-sociaal en menselijk aanvaardbaar.
Deze fundamentele ‘wetteloosheid’ boezemt de mensen momenteel veel angst in. De vrijheden, rechten en andere verworvenheden uit het verleden zijn alleen bij Wet vastgelegd. Dit vormt momenteel eveneens de énige ‘garantie’ die de bevolking heeft om deze verworven zaken niet te verliezen.
Dit is echter niét het geval, omdat ‘nood de Wet breken kan’. Een andere uitoefening of invulling van het Machtsprincipe volstaat om deze ‘garanties’ teniet te doen of te beperken. Dit is de reden waarom humanitaire- en mensenrechtenorganisaties bestaan.
Bovenop dit gegeven komt het feit dat wetten meestal géén oplossing bieden voor een gegeven probleem. Een wet is enkel een poging om een bestaand probleem in te dijken; nooit een daadwerkelijke oplossing daarvan. Bovendien zijn wetgevers quasi nooit de mensen met de vereiste opleiding om welbepaalde problemen op te lossen. Daarvoor zijn en blijven ze afhankelijk van adviezen, op deze wijze enkel het bestuurproces vertragend. Wie dient in zul een situatie dan de volksvertegenwoordiger te zijn ? De politicus, of de wetenschapper, ingenieur of technieker ?
Het zevende basisprincipe is dat van de Natuurwet. De Natuurwet gaat over zaken die eigen zijn aan de menselijke Soort; waarvan de kern samengevat zit in de volgende stelregel: ‘nooit aan een Ander aan te doen, wat je niet graag jezelf aangedaan zou willen zien’. De eenvoudige stelregel voor het Leven dat ‘je in je eigen acties andere Mensen nooit hindert noch beperkt’, is daar eveneens een afspiegeling van.
De terechte vraag dient eveneens gesteld te worden of inter-generationele wetgeving wel rechtvaardig kan zijn. Heeft enige generatie levende Mensen wel het recht wetten op te stellen die nog komende generaties eveneens beïnvloeden en besturen, ongeacht de verschillen in tijdgeest en de opvattingen der Mens ? Hebben die komende generaties niet eveneens het recht die wetten voor zichzelf te bepalen en op te stellen, indien daar al de behoefte zou toe bestaan ? Is het ‘democratisch’ om dit te doen met een huidige meerderheid, maar die een minderheid blijkt tegenover de verpletterende meerderheid van komende generaties en hun samenlevingen, en hun tijdsbeeld en –karakter ? Misschien kennen die komende generaties wel degelijk een betere benadering van bepaalde problematiek. Misschien beperken of blokkeren onze inter-generationele wetten en regels wel de natuurlijke menselijke evolutie tot belangrijke vernieuwingen ? Getuigt ook dit gegeven niet van ons hypocriet superioriteitsgevoel naar de anderen toe, zelfs doorheen de tijd ?
Het achtste basisprincipe – en laatste – van de Intercratie, is het gegeven dat menselijke controle, teneerste over de Wereld en de Natuur, ten tweede over de Medemens en ten derde over Zichzelf, in één of andere vorm niets meer dan een illusie is. Wetgeving is daarom in algemene termen een afspiegeling van deze illusie, aangezien alle wetten in de wereld nooit zullen volstaan criminaliteit, corruptie en andere misdadige, menselijke handelingen te verminderen, laat staan weg te nemen. Toenemende criminaliteit is géén gevolg van het toenemend bevolkingsaantal; eerder het gevolg van sociale, culturele en politiek-economische, en dus gecreëerde wantoestanden.
De mensen in de wereld moeten eindelijk beginnen inzien dat vele van deze wantoestanden vaak opzettelijk voorgeprogrammeerd werden/zijn. Criminaliteit is in nagenoeg alle situaties géén gevolg van individuele of inherente menselijke ‘slechtheid’ of zelfs enige gewetenskeuze; meer het directe gevolg van voorgeprogrammeerde sociale, culturele, economische en politieke situaties en systemen waarbij de crimineel in kwestie niets in de pap te brokken heeft. Deze voorgeprogrammeerde situaties en systemen bewijzen op zich de totale onkunde en illusoire ‘werking’ van de menselijke ‘controle’ over de medemens, de maatschappij en zichzelf. Tevens bewijst het de onwaarde van de toch al niet of nauwelijks voorziene werking van de democratie.
Deze totale onkunde, gebaseerd op het illusoire en pretentieuze superioriteitsgevoel van de Mens, vernietigd eveneens het milieu en de Wereldéénheid.
Motivatie voor de Intercratie
Het achtste basisprincipe legt de algemene en slechtheid van het huidige systeem bloot, precies door de opzettelijke voorgeprogrammeerdheid ervan.
Gezien de ‘controle’ van de Mens faalt op alle vlakken, kan enkel disorganisatie en menselijke, sociale en economische chaos en faling het gevolg ervan zijn. Aangezien vele van deze falende toestanden opzettelijk uitgebuit worden, direct of indirect, door zowel politieke systemen als sociaal-economische uitbuiting, kan men zich werkelijk de vraag stellen in hoeverre de maatschappelijke systemen niét werken. Ze functioneren namelijk precies zoals ze voorzien werden te functioneren ! De falende maatschappij der Mensen bestaat niet. De systemische maatschappij werkt namelijk perfect, zoals ze bedoeld en ontworpen is. En dit is de ware corruptie van de Mensheid ten top !
Criminaliteit in algemene zin of de corruptie der Mensen, eveneens in de ruime betekenis van het woord, heeft niets te maken met de Mensen die in die door criminaliteit en corruptie doordrongen maatschappij leven. Het heeft àlles te maken met het systeem waarín ze leven. Een systeem waarop ze zelf nagenoeg géén controle uitoefenen, maar waar de absolute controle over de Mensen geldt. Een systeem waarin corrupte geesten ‘hun ding’ kunnen doen en waaruit in bepaalde gevallen valt uit op te maken dat dit systeem zó ‘ontworpen’ werd dat het corruptie in stand houdt of zelfs aanleiding daartoe geeft.
De wereldwijde politieke systemen, waaronder de democratie en het doorgedreven, globaal kapitalisme, zijn systemen van illusie: ze verwekken een beeld van ‘rechtvaardigheid-door-wet’, van welvaart en luxe en politieke vrijheid, maar zijn dit allerminst. De theoretische opzet ervan, evenals van die van het communisme, is misschien wel rechtvaardig, maar dit is in de praktijk niet zo gebleken.
Door in eerste instantie het vergevorderde wereld-kapitalisme, met zijn omnipotente monetair systeem, geïnfiltreerd en geïntegreerd in de politieke en sociale instellingen der wereld, werd de democratische theorie omgetoverd in een lichtend baken van illusoire welvaart; van nep-inspraak en valse, allesomvattende rechtvaardigheid tussen Mensen. Het vergif van het economische stelsel, namelijk het moderne, aan de hedendaagse tijd aangepaste concept van de slavernij, waarin geld het allesomvattend motief vormt, heeft onze natuurlijke menselijkheid en onze maatschappelijke evolutie niet enkel vergiftigd en aangetast, maar eveneens geblokkeerd. Bijgevolg kan een verdere sociale evolutie van de menselijke, dus menswaardige samenleving, enkel door middel van een ommezwaai die niets minder zal inhouden dan de verwijdering; de chirurgische extractie van het gezwel, zijnde de totale terugkeer naar het Mens-Zijn: de inkeer van de Mens tot Zichzelf, de Involutie van de Mens, tegenover de Revolutie van zijn Ego in de reeds inherent vergiftigde politiek-economische bloedklonter van het zogezegde ‘hart’ van de beschaving: de wereld-maatschappij van onze overtrotse wereld-van- alleen-maar-mensen, de dag van vandaag.
Met dank aan Canaeus: http://intercratie.skynetblogs.be/
Jorgi Canaeus D’hondt,
Fougerolles-le-Château,
juli 2009.
[...] duidelijk wilde maken wat iets kleins maar voortdurend kan veroorzaken kwam O.G.T. op het woord Intercratie. Waarna de volgende reactie kwam, klik hier, reaktie nr.2 of lees door. O.G.T. had nog niet eerder [...]
Intercratie, deel 2 – Een theoretische beschouwing van het concept Intercratie « WP index – Wat gaat er rond in blogland
February 18, 2010 at 2:42 am